Douglas De Coninck op het beklaagdenbankje
Enkele dagen geleden begon het proces tegen journalist Douglas De Coninck en Chris De Vleeschauwer. Deze laatste wordt ervan beschuldigd het onderzoek naar de dood van zijn broer te hebben gehinderd door informatie uit het dossier te lekken.
De moord op rijkswachter Peter De Vleeschauwer was voorpaginanieuws in november 1996. De man verdween spoorloos uit de kazerne in het Oost-Vlaamse Sint-Niklaas. Algauw circuleerde het verhaal dat de collega’s van De Vleeschauwer weleens meer van de zaak af konden weten. De speurders onderzochten tal van mogelijke sporen, pakten enkele verdachten op, maar konden tot op heden de zaak niet ophelderen.
Naar aanleiding van het tiende verjaardag van de moord verscheen in Humo een interview met de broer van de vermoorde rijkswachter. Hierbij werden serieuze vragen gesteld over het verloop van het onderzoek.
Een tijdje later melde er zich een tipgever bij de Humo-redactie die beweerde dat hij reeds in 2003 aan de onderzoekers had verteld waar het moordwapen zich bevond, maar dat deze niets ondernam aangezien dit de betrokkenheid van enkel agenten zou bewijzen. Toenmalig Humo reporter Douglas De Coninck trok daarna op onderzoek en sprak met de tipgever. In zijn artikel gebruikte De Coninck ook enkele stukken uit het dossier De Vleeschauwer. Het parket vermoedt nu dat deze door Chris De Vleeschauwer aan de journalist werd gelekt. De Coninck beroept zich op zijn brongeheim en weigert te zeggen van wie hij de stukken kreeg. Beiden worden daarom vervolgd voor schending van het inzagerecht.
Volgens mij handelde De Coninck zoals er van elke journalist kan worden verwacht, hij onderzocht een tip die hij kreeg en kon deze na een uitgebreid onderzoek staven met aanwijzingen uit het dossier. Zonder dergelijke onderzoeksjournalistiek, zou er bijna geen sprake zijn van een waakhondfunctie van de media. Hij stelt, mijns inziens terecht, enkele vragen bij het gevoerde onderzoek. Dat hij daarna zijn bron beschermt is zijn goed recht, en een logische legitieme reactie.
Net als Pol Deltour in De Standaard (http://destandaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DMF06102008_091) ben ik ervan overtuigd dat de bronbescherming een essentieel onderdeel is van de persvrijheid, en dat deze moet beschermd wil men nog enigzins kritisch kunnen berichtgeven. Het lijkt mij dan ook van fundamenteel belang dat de journalist door de rechtbank wordt vrijgesproken. Indien dit niet gebeurt is dit niet enkel een klap voor onderzoeksjournalistiek maar voor de hele democratie.